vrijdag 28 oktober 2011

Toepassingskaart 4: De 1-zorgroute Rekenen

Hieronder de uitwerking van toepassingskaart 4: de zorgroute rekenen.



Gegevens voor het groepsoverzicht; stap 1, 2 en 3

1) Op het moment van het maken van deze toepassingskaart is er nog geen handelingsplan aanwezig van rekenen.
2) & 3) Ik heb gekeken naar een toets van de methode wis en reken. De kinderen met een algemene behoefte is ongeveer de helft van de klas. Zij komen goed mee en hebben verder geen specifieke behoefte. De rest van de klas had wel specifieke behoeften en kon ik verdelen in twee groepen.

- Groep 1, de 'moeilijkere sommen tot 100 groep'
- Groep 2, de 'nulfoutengroep'

Onderwijsbehoeften
Groep 1:
- Deze leerlingen hebben opdrachten nodig die helpen bij het oefenen met moeilijke plus- en minsommen. Dit zijn sommen waarbij een tiental opgeteld of afgetrokken moet worden.
- Deze leerlingen hebben ook groepsgenoten nodig die ongeveer hetzelfde niveau hebben waarmee ze kunnen oefenen. Hierdoor voelen ze zich niet minder dan de rest van de groep wat weer zorgt voor een positief zelfbeeld.
Groep 2:
- Deze leerlingen hebben activiteiten nodig die hen uitdagen. Ze vinden de sommen in de toets gemakkelijk.
- Deze leerlingen hebben een instructie nodig die kort is waarna ze gelijk aan de slag kunnen.


Gegevens voor het groepsplan; stap 4 en 5:
4) & 5)

WIE?
Groep 1: leerling N., leerling A.J. en leerling A.C.
Groep 2: leerling I., leerling B., leerling E. en leerling Z.

WAT?
Groep 1
: Deze kinderen gaan oefenen met het oplossen van moeilijke plus- en minsommen tot 100.

Moment 1: De kinderen gaan eerst aan de slag met het maken van gemakkelijke plus en minsommen. Het leerdoel: de kinderen hebben succeservaringen opgedaan en zijn gemotiveerd om verder te gaan.
Moment 2: De kinderen gaan aan de slag met het maken van moeilijkere plus en minsommen. Hierbij mogen ze gebruik maken van een getallenlijn. Het leerdoel: de kinderen oefenen met het maken van moeilijkere plus- en minsommen met behulp van een getallenlijn en worden hier steeds beter in.
Moment 3: De kinderen gaan aan de slag met een spelletje waarbij ze de som moeten koppelen aan het juiste antwoord op de kaartjes. Het leerdoel: door een spelletje te doen zien de kinderen in dat het maken van moeilijke plus- en minsommen niet alleen vervelend is, maar dat sommen maken ook leuk kan zijn.


Het uiteindelijke doel is dat de kinderen aan het eind van alle momenten die ik heb georganiseerd hebben geoefend met het verbeteren van het oplossen van de sommen en dus aan hun oplossingsstrategieën hebben gewerkt.

Groep 2: De kinderen krijgen verrijkende opdrachten die hen meer uitdagen. Dit zijn nog moeilijker plus- en minsommen die al over de 100 gaan.

Moment 1: De kinderen gaan aan de slag met het maken van moeilijke sommen tot 100. Het leerdoel: De kinderen oefenen met het maken van de moeilijke sommen tot 100 en hebben een succeservaring, omdat hen dit gemakkelijk afgaat.
Moment 2: De kinderen gaan aan de slag met moeilijkere sommen die over de 100 gaan. Het leerdoel: de kinderen oefenen met het maken van moelijkere sommen die over de 100 gaan en worden hierdoor uitgedaagd.
Moment 3: De kinderen gaan aan de slag met een spelletje waarbij ze de sommen die over de 100 gaan aan het juiste kaartje moeten koppelen. Het leerdoel: de kinderen leren dat sommen maken ook leuk kan zijn en zijn extra gemotiveerd om te blijven oefenen met deze moeilijkere sommen.

Het uiteindelijke doel is dat deze kinderen aan het eind van alle momenten die ik heb georganiseerd meer uitgedaagd zijn met het maken van deze moeilijkere sommen en verder hebben geoefend met hun eigen oplossingsstrategieën.

HOE?
Ik ga uiteindelijk aan de slag met groep 1. Ik ga met deze kinderen buiten de klas aan de gang met verschillende moeilijke plus- en minsommen tot 100. Ik ga op 3 momenten met de kinderen op de gang zitten. Deze momenten zijn hierboven terug te lezen. Ik wil het liefst 20 minuten per keer uittrekken voor deze kinderen. De evaluatie gaat op twee manieren. Gelijk na één moment bespreek ik de les na met de kinderen. Ze vertellen mij wat goed ging en wat ze moeilijker vonden. Bovendien zal ik ook gaan filmen. Dit bekijk ik terug. Wat de kinderen mij hebben verteld wat goed ging en wat minder en wat ik terug heb gezien op film, gebruik ik bij het volgende moment.

Themabijeenkomst 6 & 7 - Reflectie

Dit waren de laatste twee lessen van het thema Hersenen in Actie. Ik moet zeggen dat ik het een erg interessant thema vond. De vragen die ik aan het begin van dit thema had zijn eigenlijk allemaal wel beantwoord. Ik weet nu bijvoorbeeld hoe ik een les hersenvriendelijk kan maken en dat was een van de vragen die ik had.

Wat was nieuw voor mij?
Tijdens deze laatste bijeenkomst kwam het continuum van interventies van Konig ter sprake. Dit was iets waar ik nog nooit eerder van had gehoord en wat dus nieuw voor mij was. Verder was de test om te zien welke meervoudige intelligentie dominant was bij jezelf nieuw voor mij.

Wat heb je geleerd?
Ik heb deze les geleerd dat jouw inbreng in een gesprek een direct gevolg heeft op de inbreng die een leerling in een gesprek heeft. Door naar deze inbrengen te kijken is me opgevallen dat ik best wel vaak heel veel eigen inbreng heb, maar de leerling niet veel inbreng geef. Ik heb door de MI-test mezelf ook beter leren kennen. Bij mij was 'muziekslim' mijn dominante intelligentie en dat verbaasde me enigzins, omdat ik meer dacht 'woordslim' te zijn.

Wat ga ik ermee doen?
Ik ga in gesprekken met kinderen tijdens stage meer letten op mijn eigen inbreng. Ik ga proberen om meer uit de kinderen te laten komen, dus de inbreng van de kinderen te vergroten. Ik ga dit doen door meer vragen te stellen als de kinderen daar ook de behoefte aan hebben. Verder ga ik in mijn stage kijken of ik meer gebruik kan maken van mijn eigen meervoudige intelligentie, maar ook ga ik kijken naar de meervoudige intelligenties van de kinderen.

zaterdag 22 oktober 2011

Toepassingskaart 6B - Cognitie & Ontwikkeling

Voor deze toepassingskaart moesten we kijken naar de methode van aardrijkskunde, natuuronderwijs of geschiedenis. Op mijn stageschool hebben ze net een nieuwe methode aangevraagd voor aardrijkskunde, natuuronderwijs en geschiedenis. Omdat ik zelf het meest geïnteresseerd ben in geschiedenis, heb ik de methode ‘Brandaan’ voor geschiedenis bekeken.




Vraag 1: Wat is de visie van de makers van deze methode op leren en ontwikkeling?

De makers van deze geschiedenismethode praten over het historisch besef en de ontwikkeling daarvan. Het historisch besef ontwikkelt zich volgens lijn in leren pas in de bovenbouw. Brandaan maakt hier in groep 5 al een begin mee.

De kerndoelen 51 tot en met 53 spelen voor de makers van deze methode een belangrijke rol bij deze methode. Hier is de methode op gebaseerd. Hieronder heb ik nog eens duidelijk gezet hoe de kerndoelen in Brandaan geïntegreerd zijn.
· Kerndoel 51: ‘De leerlingen leren gebruik te maken van eenvoudige historische bronnen en ze leren aanduidingen van tijd en tijdsindeling te hanteren’. Bij Brandaan wordt gewerkt met de tijdsbalk waarin de tien vensters te zien zijn.
· Kerndoel 52: ‘De leerlingen leren over kenmerkende aspecten van devolgende tijdvakken: jagers en boeren; Grieken en Romeinen; monniken en ridders; steden en staten; ontdekkers en hervormers; regenten en vorsten; pruiken en revoluties; burgers en stoommachines; wereldoorlogen en holocaust; televisie en computer. De vensters van de canon van Nederland dienen als uitgangspunt ter illustratie van de tijdvakken’.Volgens lijn der leren wordt er in de middenbouw gewerkt aan de tien tijdvakken door voorbereidende activiteiten met als onderwerp de tien tijdvakken aan te bieden. De tien tijdvakken zijn leidend geweest voor de ontwikkeling van deze methode.
· Kerndoel 53: ‘De leerlingen leren over de belangrijke historische personen en gebeurtenissen uit de Nederlandse geschiedenis en kunnen die voorbeeldmatig verbinden met de wereldgeschiedenis’. Er komen in Brandaan historische personen en gebeurtenissen aan bod.

Er is voor deze methode ook gekeken naar de beleving van het vak door de kinderen. De verhalen die in deze methode voorkomen zijn voor de kinderen spannend en betekenisvol. Kinderen worden enthousiast gemaakt door levensechte foto’s en illustraties te gebruiken. Kinderen blijven betrokken doordat er veel te ontdekken valt aan de foto’s.


Vraag 2: Herken je elementen uit deze visie in de lesactiviteiten? Geef voorbeelden.
Ja, ik herken de elementen uit deze visie.
· Elk nieuw hoofdstuk begint met een grote plaat waarbij gepraat kan worden. Verder staan er door het hoofdstuk heen ook verschillende plaatjes.
· In elk hoofdstuk op elke bladzijde staat een tijdlijn afgebeeld met daarin roodgekleurd de tijd waar het hoofdstuk over gaat. De tijdlijn is ingedeeld in de tien tijdvakken.

Vraag 3: Maak de analyse met behulp van bovenstaande theorieën
- Vier hoeken van Fogarty
- Piramide van Bales
- Schema denken en geheugen van D. Sousa
- Document Lijn in Leren pagina 10; Cognitie middenbouw/bovenbouw

· Vier hoeken van Fogarty
Ik moet zeggen dat er bij deze methode in mijn ogen niet echt rekening is gehouden met de vier hoeken van Fogarty. Natuurlijk wordt er voordat er een geschiedenisles begint een veilig klimaat gecreëerd, maar dat heeft meer te maken met de docent die dan voor de klas staat en niet met deze methode. Waar de methode wel rekening meegehouden heeft is bij het punt Vormgeven aan het leren MET denken. Bij de bakkaarten die ook bij deze methode worden aangeboden is rekening gehouden met de meervoudige intelligenties van Gardner. Er is bovendien tijdens een geschiedenisles van deze methode veel interactie met de kinderen.

· Piramide van Bales
Bij Brandaan wordt veel uitgelegd door de docent, er wordt veel gelezen en er is bij elk hoofdstuk audiovisueel materiaal gebruikt. Dit is volgens de piramide van Bales dus niet heel bevorderlijk om het geleerde goed te onthouden. Gelukkig zorgt het werkboek ervoor dat de kinderen uitgenodigd worden tot zelf doen. Met zelf doen wordt 80% van de stof onthouden. Met de piramide van Bales is wat mij betreft dus rekening gehouden met het maken van de methode Brandaan.

· Het schema Leren van Sousa
Bij Brandaan wordt er gebruik gemaakt van meerdere zintuigen, vooral horen en zien. Er wordt veel herhaald en er is zelfs een samenvatting aan het eind van elk hoofdstuk met wat er allemaal aan bod is gekomen in dat hoofdstuk. Ook wordt er aan het begin van een nieuwe les teruggekeken naar de vorige les. Bovendien is de visie van de makers van deze methode dat de stof betekenisvol moet zijn voor de kinderen. Er wordt dus rekening gehouden met het schema Leren van Sousa in deze methode door veel te herhalen, door gebruik te maken van verschillende zintuigen en door de stof betekenisvol te maken. Door al deze elementen komt de stof volgens het schema Leren van Sousa in het lange termijn geheugen terecht.

· Lijn in leren boekje: In het lijn in leren boekje staat bij de middenbouw: besef van (eigen) verleden en ‘toekomst’ & betekenisvol maken van het geleerde.
Bij Brandaan is de visie onder andere het ontwikkelen van het besef van het eigen verleden. Het geleerde wordt bovendien betekenisvol gemaakt door grote foto’s en illustraties te gebruiken door het hele boek heen.

Vraag 4: Wat vraagt deze methode van jou als leerkracht zodra deze methode hersenvriendelijk wordt?

· De doelen moeten van tevoren door de juf of meester gevisualiseerd en duidelijk verteld worden.
· Er dient tijd gemaakt te worden om de kinderen na te laten denken over vragen die een juf eventueel kan hebben.
· Om meer rekening te houden met de vier hoeken van Fogarty kan de klas ook meer verrijkt worden, door bijvoorbeeld een kloppende tijdsbalk op te hangen in de klas en nog meer platen in de klas op te hangen.

Vraag 5: Beantwoord de volgende 2 reflectievragen:
1. Welke theorieën en opvattingen over hersenvriendelijk onderwijs inspireren mij?
2. Welke ambities heb ik ten aanzien van mijn onderwijs?

1. Ik vind de theorie van Gardner met de meervoudige intelligenties erg interessant. Deze theorie inspireert mij om te kijken naar de verschillen van kinderen en hier ook rekening mee te houden. Verder is het visualiseren van doelen iets wat mij ook inspireert. Dit had ik ook fijn gevonden vroeger, als ik had geweten waarom ik eigenlijk iets leer.
2. Brandaan heeft mij laten inzien dat zoiets als mooie platen die kinderen echt enthousiast kan maken. Hier wil ik dus meer gebruik van maken tijdens mijn lessen. Ook de filmpjes en de voorgelezen tekst vinden de kinderen erg prettig. Kortom mijn ambitie voor mijn onderwijs is om veel audiovisueel materiaal te (blijven) gebruiken en de kinderen hierdoor betrokken bij de les te houden. De kinderen moeten geschiedenis weer leuk gaan vinden!

woensdag 19 oktober 2011

Toepassingskaart 3 - De Hersenvriendelijke Les

Op basis van een taalles heb ik een hersenvriendelijke les gemaakt. Tijdens deze taalles wordt de woordenschat van de kinderen verbreed en moeten ze deze woorden gebruiken in de oefeningen die bij de les horen. De woorden die de kinderen gaan leren, hebben allemaal te maken met het thema van deze twee weken: sprookjes.

Het Schema Leren van Sousa zit als volgt in mijn les:

1. Ik laat de kinderen tijdens mijn les meerdere zintuigen gebruiken. Ze zijn aan het horen en zien.
2. Doordat de woorden tijdens deze les meerdere keren herhaald gaan worden, zullen de woorden van het korte termijn geheugen, via het werkgeheugen naar het lange termijn geheugen gaan.

De specifieke punten in mijn voorbereiding die hersenvriendelijk zijn, zijn de volgende elementen:

1. Zorg voor een doelgerichte, rijke leeromgeving. Om te zorgen voor een doelgerichte rijke leeromgeving, neem ik twee sprookjesboeken mee en vraag aan de kinderen of ze weten wat voor een boeken het zijn en wat voor een verhalen ze in deze boeken kunnen lezen.
2. Activeer de voorkennis van de kinderen. Ik activeer de voorkennis van de kinderen door met de kinderen een woordweb te maken om het woord sprookjes.
3. Neem de kinderen mee in de doelen die je wilt bereiken. Ik vertel de kinderen voordat ze hun boek open doen wat ze deze les allemaal gaan leren.
4. Bied informatie op verschillende manieren aan. Tijdens deze les worden de woorden die de kinderen gaan leren op verschillende manieren door mij aangeboden. De kinderen lezen de woorden in hun boek, ik heb plaatjes meegenomen die de woorden representeren en wanneer ik de woorden opschrijf op het bord, zeg ik het woord, dus horen de kinderen het woord ook.

Mijn reflectie op de les
1. Na het geven van deze les ben ik erg tevreden over het feit dat ik de hierbovenstaande punten goed heb meegenomen in mijn les en deze ook echt heb uitgevoerd. Het was wel teveel van het goede en dat is iets wat ik de volgende keer anders ga doen. Ik had EN een woordweb gemaakt met de kinderen EN plaatjes EN sprookjesboeken meegenomen. Ik merkte aan de kinderen dat dit iets te veel was en dat ze gewoon lekker aan de slag wilden gaan.
2. Door deze punten hierboven te gebruiken zag ik wel een effect op de kinderen. Ze waren extra geinteresseerd in wat er komen ging en zorgden er zelf ook voor dat de rest van de klas aan het begin van de les snel stil was, zodat ik de sprookjesboeken uit de tas kon 'toveren'. De kinderen zeiden dat ze het een leuke les vonden.

De reflectie van de kinderen
Na het stellen van de vragen aan een aantal kinderen kwam ik op de volgende antwoorden.

De kinderen vertelden mij dat ze nieuwe woorden hebben geleerd die ze nog niet kenden.

Ze vonden het ook leuk om de woordjes te leren en ze vonden de grote sprookjesboeken leuk om te zien. Het waarom kwam niet echt uit de kinderen, maar ik denk persoonlijk dat ze het leuk vonden, omdat het weer eens iets anders was dan normaal.

De meeste kinderen vonden de opdrachten die ze moesten maken waarbij ze de woordjes moesten gebruiken makkelijk. Vooral de opdracht waarbij ze de woordjes in de zinnen moesten zetten. Ze vonden het makkelijk omdat het goed ging. De meeste kinderen vonden niet echt iets moeilijk. Wat ze misschien iets moeilijker vonden was de eerste opdracht, waarbij ze de woordjes in een soort stripverhaal moesten neerzetten. Dit vonden ze moeilijk, omdat ze niet wisten welk woordje daar precies kon passen.

De laatste vraag hebben we helaas niet meer kunnen bespreken, omdat de kinderen toen naar de gym moesten. Ze gaan echter na de vakantie verder met het tweede deel van de woordjes die te maken hebben met sprookjes, dus dan kunnen we eventueel de laatste vraag bespreken.


Het voorbereidingsformulier van deze les zit net als mijn mindmap in mijn map, dus die kan bekeken worden mocht dit nodig zijn.